Translation Swedish - Dutch : kast

Translation

(Show...)
     
1 afstand
2 bevestigen
3 bus
4 dans
5 ding
6 doen vallen
7 doos
8 draaien
9 geval
10 gooi
11 gooien
12 hoogte
13 kamperen
14 kast
15 kaste
16 kist
17 klokken
18 koffer
19 leggen
20 op en neer gaan
21 pek
22 pik
23 plaatsen
24 rijzen
25 stellen
26 stoten
27 trap
28 vallen
29 vertellen
30 vormen
31 zaak
32 aai
33 aaien
34 aangelegenheid
35 aangeven van toon
36 affaire
37 afwijzen
38 berekening
39 bezetting
40 blo
41 borrel
42 bowling
43 gegoten
44 gegoten voorwerp
45 gieten
46 graad
47 heffen
48 helling
49 het stampen van schip
50 horten
51 huls
52 indelen
53 koker
54 lichten
55 ontwijken
56 opheffen
57 opslaan
58 opstellen
59 opzetten
60 opzij springen
61 overboord gooien
62 ruk
63 rukken
64 schok
65 schokken
66 schrikken
67 schuin aflopen
68 slingeren
69 smijten
70 sprong
71 stampen
72 stoot