Translation Lithuanian - Dutch : užsiimti

Translation

(Show...)
     
1 aai
2 nest
3 zet
4 aaien
5 aanhalen
6 aannemen
7 aanpakken
8 aanvallen
9 aanvallen op
10 aanwenden
11 aanwending
12 aanwerven
13 achternazitten
14 achterste roeier
15 achtervolgen
16 afbinden
17 ambt
18 arresteren
19 bedelen
20 begrijpen
21 behalen
22 bekennen
23 belijden
24 bemachtigen
25 beoefenen
26 beoefening
27 beroerte
28 beslag leggen
29 betalen
30 beter worden
31 betuigen
32 beweren
33 bezig zijn met
34 bezigen
35 bezigheid
36 bezorgen
37 biechten
38 binnenhalen
39 binnenkomen
40 buitmaken
41 de kloostergelofte afleggen
42 de strijd aanbinden
43 dienst
44 doceren
45 doorgaan
46 doorstoot
47 doorvoeren
48 doorzetten
49 draad
50 drijven
51 drillen
52 een gerechtelijke vervolging instellen
53 engageren
54 erkennen
55 gebruik
56 gebruiken
57 geraken
58 gerei
59 geven
60 grenehout
61 grenen
62 grijpen
63 haal
64 handelen
65 handelen volgens
66 hanteren
67 het eten
68 het geven
69 hoeveelheid
70 huren
71 in beslag nemen
72 in de weer zijn