Translation Latin - Dutch : complexus

Translation

(Show...)
     
1 aai
2 brief
3 gunst
4 houden van
5 macht
6 nul
7 verband
8 aaien
9 aangrijpen
10 aanhalen
11 aanmoedigen
12 aansluiting
13 begrijpen
14 begunstigen
15 begunstiging
16 beheersing
17 bemachtigen
18 beminnen
19 bereik
20 betrekking
21 bevattingsvermogen
22 bevoorrechten
23 bevorderen
24 connectie
25 dol zijn op
26 doldraag doen
27 elkaar omhelzen
28 engeltje
29 gaarne hebben
30 geliefde
31 genade
32 genadigheid
33 graag hebben
34 greep
35 grijpen
36 gunstbewijs
37 gunstig gezind zijn
38 houvast
39 iets heerlijk
40 knuffelen
41 koesteren
42 liefde
43 liefdegod
44 liefhebben
45 liefje
46 liefkozen
47 liefkozing
48 liefste
49 lieveling
50 minnares
51 minne
52 minnen
53 omarmen
54 omhelzen
55 omhelzing
56 omklemmen
57 omknellen
58 omknelling
59 omsluiten
60 omstrengelen
61 omstrengeling
62 omvatten
63 overgaan
64 samenhang
65 schatje
66 steunen
67 strelen
68 streling
69 ten gunste zijn van
70 vastgrijpen
71 vasthouden
72 verbinding