Translation Greek - Dutch : προσβολή

Translation

(Show...)
     
1 affront
2 belediging
3 schade
4 smet
5 storm
6 aai
7 aaien
8 aanblazen
9 aanhalen
10 aanloop
11 aanranden
12 aanranding
13 aanstoot
14 aantasten
15 aanval
16 aanvallen
17 achterste roeier
18 afbreuk
19 affronteren
20 attaque
21 attaqueren
22 bedoezelen
23 bekladden
24 beledigen
25 beroerte
26 besmetten
27 besmeuren
28 bestormen
29 bestorming
30 blaam
31 blazen
32 bloei
33 doen vervagen
34 doorblazen
35 er doorbrengen
36 ergernis
37 flap
38 geweld aandoen
39 gewelddaad
40 grievende vernedering
41 haal
42 honen
43 hoon
44 houw
45 ietsjes leggen in
46 kastijding
47 klap
48 kleinering
49 koudvuur
50 krenken
51 liefkozen
52 losjes heenlopen over
53 mep
54 onduidelijk maken
55 onduidelijk schrijven
56 onduidelijk uitspreken
57 onduidelijke uitspraak
58 ontaarding
59 opblazen
60 opdonder
61 overtreding
62 schandvlek
63 scheldwoorden
64 slag
65 slepen
66 smaad
67 snuiten
68 spuiten
69 stoot
70 stormaanval
71 stormlopen
72 stormvlaag