Translation Finnish - Dutch : nousta

Translation

(Show...)
     
1 aanzwellen
2 fijn
3 gebeuren
4 lopen
5 rijzen
6 rit
7 springen
8 steun
9 aanbouwen
10 aanbrandend
11 aangestoken
12 aangroeien
13 aanstuiven
14 aantonen
15 aanvoeren
16 aanwas
17 afstappen
18 afstoten
19 afstuiten
20 algeheel
21 bedragen
22 beklimmen
23 berg
24 bestijgen
25 bevorderen
26 bevordering
27 beweren
28 bewijzen
29 blijken
30 boven komen
31 bron
32 de hoogte ingaan
33 deining
34 doen zwellen
35 doubleren
36 drijfveer
37 een afdruk nemen van
38 elasticiteit
39 gaan staan
40 geheel
41 gezamenlijk bedrag
42 golven
43 golving
44 groei
45 groeien
46 hand opsteken
47 heffen
48 het meerijden
49 het oplichten
50 het optillen
51 hijsen
52 hulp
53 in de lucht slaan
54 juwelen zetten
55 klauteren
56 klimmen
57 kromtrekken
58 kroost
59 laagje hakleer
60 lente
61 lente-
62 lift
63 meerderen
64 monteren
65 montuur
66 muis
67 naar voren brengen
68 naar voren treden
69 naderen
70 nadering
71 neerkomen
72 neerstrijken