Translation Estonian - Dutch : koppel

Translation

(Show...)
     
1 bijlage
2 luiden
3 aanrijden
4 achtervolgen
5 afgeklaard
6 afleggen
7 aflopen
8 beekje
9 besturen
10 doorbreken
11 doorlopen
12 doorzwerven
13 drijven
14 etteren
15 gangbaar zijn
16 geldig zijn
17 gesmokkeld
18 hardlopen
19 hollen
20 in de wei sturen
21 in elkaar lopen
22 in omloop zijn
23 ingesloten stukje
24 kippenren
25 klimmen
26 koppeling
27 kraal
28 kruipen
29 laten draven
30 laten dwalen
31 laten lopen
32 laten oplopen
33 laten schieten
34 Leiden
35 lekken
36 loop
37 loopje
38 lopen
39 los in elkaar naaien
40 luchtgang
41 meedingen
42 meedoen
43 melk schiften
44 najagen
45 omheind terrein
46 omheind veld
47 omheinde plaats
48 omheining
49 omsloten ruimte
50 omsluiting
51 onafgebroken speeltijd
52 paardestal
53 periode
54 reeks
55 reis
56 rennen
57 richting
58 rijgen
59 rit
60 rivier opgaan
61 roulade
62 serie
63 smelten
64 smokkelen
65 stal
66 stomen
67 stromen
68 stroming
69 stroom
70 stroompje
71 tochtje
72 toeloop